Het ligt me nog vers in het hart,
weken vol plezier, liefde en meer.
Het was in één klap voorbij,
de klap sloeg mijn hart neer.
Het ligt me nog vers in het geheugen,
jij en ik, elke dag.
Toen was het plots over,
ik wist niet meer wat ik zag.
Je was ineens weg,
mijn leven leek voorbij.
Ik zag het niet meer zitten,
jij was mijn alles, alles voor mij.
Jij bent natuurlijk alweer verder,
ze stonden voor je klaar.
Dat jij acuut zo verder kan,
vind ik toch wel raar.
Mijn leven loopt vast,
al maanden, een jaar misschien.
En in al die dagen en uren,
Heb ik je constant gezien.
Herinnerd als die keer,
dat ik je voor het laatst zag.
Soms vraag ik diep van binnen,
of jij mij stiekem ook nog mag.
Tevergeefs, een domme vraag,
je huidige vriend zegt het me.
Niet gewoon, maar boos en vloekend,
je vriend beslechterd me.
Ik ben nu de boosdoener,
de bron van al het kwaad.
En je blijft maar schelden en hopen,
dat iedereen weer verder gaat.
Ik blijf nog even steken,
op de gedachten aan momenten toen.
Jij was lief en zorgzaam en meer,
ik een achterlijke oen.
Als ik alles terug kon draaien, had ik je nooit laten gaan...